Mama Sabrina - Arthur*

Gepubliceerd op 15 augustus 2020 om 10:00

13 maart 2018 kregen we de harde klap te verwerken dat ik onvruchtbaar was. Ik wilde absoluut geen IVF, ICSI,... We zouden dus kinderloos blijven. We startten met de renovatie van ons huis en de tuin. Het huis dat we kochten om kinderen in op te zien groeien zou leeg blijven. We adopteerden onze 3 katten op 21 juli 2018 omdat ik niet graag alleen ben en ik mijn moederliefde elders niet kwijt kon. Ze zijn dan ook verwend alsof ze 3 kinderen zijn!

Niet veel later werd ik ziek. Ik kreeg al 2 jaar geen menstruatie meer, dus daaraan kon ik niets merken. Ik deed op aanraden van mijn ouders meerdere zwangerschapstests, maar allemaal waren ze negatief. Ik ging naar de huisarts en ook zij dacht dat ik zwanger was. "Plas maar in een potje" zei ze, maar ook die test was negatief! De huisarts ging op vakantie en ik kon bijna niets meer. Ik liep de hele dag misselijk rond, had verschrikkelijk veel maagpijn en kon niets van eten binnenhouden. Ook een andere arts deed een urine test, ook die was weer negatief. Ik ging naar nog een andere arts en ook hij begon weer over een zwangerschap.

Ik werd boos! Ik had er genoeg van! Ik kon verdomme niet zwanger worden, dat had al genoeg pijn veroorzaakt, en nu kreeg ik het steeds hetzelfde te horen! Hij wilde bloed afnemen om te testen op een eventuele zwangerschap. Ik besloot een deal met hem te sluiten: "Je mag bloed trekken als je ook op infecties laat controleren" zei ik. De arts ging akkoord..

 

De ochtend nadien belde ik hem al vroeg op. Ik kon niet meer. Ik was er zeker van dat ik een maagzweer had en vroeg of ik naar de spoedpost moest gaan. De arts vertelde een beetje lachend dat spoed niet nodig was, maar een gynaecoloog zou de komende 9 maanden wel handig zijn.

De grond zakte vanonder mijn voeten weg. Perplex stond ik in mijn keuken, in mijn pyjama, haren in de war, maar mijn hoofd nog veel meer. Ik werd boos. Hij moest mijn dossier verwisseld hebben, dit kon niet! Ik had ooit gedroomd over hoe ik mijn man zou vertellen dat hij papa ging worden. Wel, ik gooide al die dromen overboord en belde hem op terwijl hij aan het werk was. Toen hij opnam kon ik het niet over mijn lippen krijgen, maar hij voelde het aan en vroeg "neen?!" En ik zei enkel "jawel.." Hij huilde van blijdschap, maar ik was enkel boos. Ik belde mijn moeder en ook zij was door het dolle heen. Ze had ons dit zo gegund, en nu was het daar; een wonder! Maar ik was nog steeds ontzettend boos!

 

We stonden voor het weekend, dus ik besloot dat ik op maandag een andere arts zou raadplegen. Op maandag was dat zover. De arts vroeg wat hij voor mij kon betekenen en ik zei hem gewoon: "ik wil dat je bloed prikt en dat je kijkt of ik zwanger ben". Hij begreep er niets van.. een vreemde vrouw komt binnenwandelen en eist dat hij bloed zou prikken?! Ik legde alles uit en hij begreep het. Hij belde het lab om de resultaten van de andere arts op te vragen, deed wat ik vroeg en beloofde mij te bellen zodra hij meer wist. De ochtend nadien belde hij.. "Mevrouw, de andere arts zat niet fout. U bent wel degelijk zwanger en uw HCG waarden stijgen mooi, dus dat is echt een goed teken.."

Goed?! Niks goed! Ik ben hier niet voor gemaakt! Dat is trouwens door een fertiliteitsspecialiste bevestigd! Dit zou een miskraam worden, of erger: een buitenbaarmoederlijke! Ik kon me er niet aan hechten en amper een week later zat ik bij de arts te huilen. Ik stortte in. "Waarom moet ik dit allemaal meemaken, zo ziek zijn om het binnenkort toch te verliezen. Haal het eruit!" De arts troostte me en zei dat ik de eerste echo moest afwachten, dan zou alles duidelijk worden.

 

Ze had gelijk, die eerste echo, 7 weken zwanger, nog maar 5% kans op een miskraam. Het kindje zat mooi in de baarmoeder, het zag er gezond uit en dan kregen we het hartje te horen. Ik zei dat het wel 2 kindjes leken te zijn. Ze vertelde iets over een zakje dat nog zou verdwijnen, maar dat het echt 1 gezond kindje was. Dat was het. DAT had ik nodig. Alles veranderde. Ik hechtte mij in sneltempo aan dat ukje dat wij tot Boontje doopten. Boontje deed het goed en zou groeien. Boontje was een wonder, ons wonder! Mijn lichaam had mij een dienst bewezen en de wetenschap een schop onder hun kont gegeven. Ik was trots! Maar ik werd ook steeds zieker. Mijn hele lichaam deed pijn. Pijn van de honger, pijn van het vele braken, pijn doordat ik door een bloeddrukval al 2 x van de trap was gevallen.

 

12 weken, eindelijk! De gynaecoloog keek op de buik, hij werd serieus en vroeg me of ik snel mijn broek wilde uitdoen voor een vaginale echo. Ik zag een hoofdje, een lichaampje en onderaan een bolletje. Ik keek naar mijn man met een blik die zei 'ik wist het hé we gaan boontje verliezen..' De gynaecoloog vroeg of ik zag wat hij zag, "Uhm ik snap er niets van" zei ik.. "Ik zie er 2" zei hij.. We huilden, van geluk! 2.. Oh God een eeneiige tweeling, hoe speciaal is dat! De gynaecoloog werd al snel bloedserieus en heel eerlijk: "Je bent in verwachting van een slechte tweeling. Jouw eitje is veel te laat gesplitst. Het is net geen Siamese tweeling". Angstig vroegen we "dat is het toch niet hé?" "Neen.." zei hij, "maar ze zitten in 1 vruchtzakje en ze delen 1 placenta. Dit is heel gevaarlijk. Jullie moeten naar het universitair ziekenhuis van Leuven bij Prof. Lewi. Je zal ze wel kennen van Topdokters" zei hij. We hadden dat programma nog nooit gezien, dus we wisten echt niet wat we konden verwachten.

 

We konden heel snel al in Leuven terecht. Net geen 14 weken zwanger was ik toen ik daar aan de echomachine lag. "Willen jullie weten of het meisjes of jongens zijn? Of hebben jullie het zelf al gezien, want ze verbergen het zeker niet" zei ze al lachend. Ik zei "Ik ben er zeker van dat het meisjes zijn", "het zijn jongetjes" zei ze. Wat was ik blij! 2 boys! Ik zag mezelf al met die 2 naar verschillende sportclubs gaan. Met mijn squad op woensdag pannenkoeken eten bij onze favoriete tearoom! Toen werd ze heel stil. "Er is iets mis met 1 van hen" zei ze zacht.. "We weten niet wat, maar het hartje is niet oké. Wat het precies is, dat kunnen we niet zien omdat ze nog te klein zijn. We moeten wachten tot je verder bent in je zwangerschap."

1 volledige maand moesten we wachten. Die maand duurde eindeloos, maar ik leefde ook in ontkenning. Ze had dat vast verkeerd gezien. De echo bij de andere gynaecoloog daarvoor was goed, dus dit was een vergissing! En als zij toch iets fout ziet, gaan we wel naar Londen, Berlijn of de VS voor een second opinion!

 

Een maand later stapten we 's morgens in de auto. We waren nog maar 5 minuten onderweg -we moesten een uur rijden- en toen kwam Niels Destadsbader voor het allereerst zijn nieuwe single 'Vlinders in haar buik' live op de radio zingen. Dat was mijn teken. Ik wist het nu zeker: dit is een teken dat het niet goed is..

 

Aangekomen in Leuven werden we van het ene onderzoek naar het andere gestuurd. En toen begon het eindeloze wachten. De cardioloog werd meermaals met spoed weggeroepen waardoor hij ons niet kon vertellen wat er aan de hand was. Het was al donker buiten toen hij ons eindelijk te woord kon staan. Het ziekenhuis was verlaten. Hij tekende een gezond hart, met gezonde bloedsomloop, en daarnaast hoe alles eruit zag bij Arthur..

 

De vraag was niet of hij zou sterven, maar wanneer. Als dat in mijn buik zou gebeuren, dan zou Viktor ook sterven. Zou het gebeuren na de geboorte (bij een mcma tweeling worden de kindjes gehaald tussen 28 en 32 weken) dan zou hij stikken. Vreselijk was de info die we kregen. We wandelden naar buiten en ik stortte in.. Ik kon niet stoppen met huilen. Ik werd hysterisch. In de auto belde ik mijn ouders, en ook zij konden hun tranen niet bedwingen. Meermaals herhaalde ik "Waarom wij? Ben ik dan zo'n rot mens?! Waarom wij.."

 

Arthur stierf vlak voor de 20 weken zwangerschap. Met een laser moesten ze door de gezamenlijke vruchtzak om de navelstreng van mijn levenloze lieverd door te laseren om Viktor niet mee te laten sterven. Arthur bleef wel in mijn buik zitten.

4 weken gingen de wekelijkse controles goed en elke controle vroeg ik of ik Arthur ook nog kon zien. Ik kon niet rouwen, want ik moest sterk zijn. Op 25 weken zijn de vliezen gebroken. Gelukkig kwamen de weeën niet op gang en werd ik opgenomen in het ziekenhuis. Met 27 weken en 4 dagen kwamen de weeën op gang. Een dag later, op 13 februari 2019 om 03:25u, ben ik eerst bevallen van Viktor. Mijn man werd meteen mee geroepen met Viktor naar een andere ruimte waar ze hem aan alle kabeltjes en beademing legden. Om 3:30u, zonder mijn man erbij, ben ik bevallen van Arthur. 5 minuten eerder hoorde ik gehuil, gevolgd door felicitaties, en nu bleef het oorverdovend stil. Geen gehuil, geen proficiat.. Ik had dat wel graag gehoord, want ik was ook trots op Arthur. Ik was ook mama geworden van Arthur.. Ze raadden mij af om hem te zien en ik kreeg enkel voetafdrukjes na dat ik het zelf had gevraagd. Plots moest ik beginnen met kolven voor Viktor. Toen mijn man terug kwam was Arthur nergens meer te bespeuren. Hij heeft zelfs nooit de kans gekregen om hem te zien... Nadien draaide alles om Viktor, niemand stond nog echt stil bij het feit dat wij nog een ander zoontje hadden gekregen en we moesten maar sterk zijn.. 


Op 18 februari 2019 werd Arthur gecremeerd. We reden de parking op en liepen richting de ingang, daar werden we aangesproken: "Zijn jullie de mama en papa van Arthur?', een lieve jonge dame stelde zich voor. Haar naam ben ik vergeten want geloof mij; op zo'n moment hoor je eigenlijk niet veel van wat iemand zegt. Ze was van Pues, de begrafenisonderneming. Later kwam de verantwoordelijke van het crematorium. Al ben ik niet zeker of hij de baas of de verantwoordelijke was, zoals ik al zei: veel onthoud je niet van die dingen. Ik hield me sterk tot hij zich voorstelde en in het kort vertelde wat we zouden meemaken. Ik brak voor de eerste keer. Hij gaf mij een knuffel. Het was een enorm warme man. Ik vertrouw niet snel iemand mijn tranen toe, maar bij hem voelde het vertrouwd, alsof hij met me mee huilde zeg maar.

Binnen was het koud. Een pareltje wat betreft architectuur, maar in mijn ogen een koude bunker. Hij nam ons mee en daar stonden we dan... Voor 3 grote ovens en voor de laatste stond een klein, wit, houten kistje. Arthur zijn kistje... De man van het crematorium kwam rechts van mij staan en de dame van Pues ging links naast mijn man staan. Hij zei dat de oven pas open zou gaan als wij daar het teken voor zouden geven. We kregen alle tijd. Ik kreeg het steeds moeilijker en zoals ik al zei: hij voelde mij perfect aan en had snel door dat ik nooit het teken zou kunnen geven. Hij liet ons rouwen en fluisterde: "mag ik het teken geven?" Die ovens zijn niet gemaakt voor zulke kleine kistjes. Normaal 'glijden' de kisten er automatisch in, maar Arthur zijn kistje moest erin geduwd worden met een lange staaf. Dat alleen zegt alweer hoe onnatuurlijk zo'n klein kistje is, hoe wreed het is dat wij onze kleine lieve Arthur hebben moeten afgeven. De oven ging open en ik werd gekraakt. De vlammen waren zo zichtbaar. Ik weet niet wat ik anders had verwacht van zo'n oven, maar dit was zo confronterend. Er stonden 2 mannen aan de bediening, 1 van hen duwde met de staaf tegen het kistje. Ik kan me niet inbeelden wat dat met die man doet, om vaker zulke kleine kistjes te moeten begeleiden naar de oven. Het mooie witte houten kistje schoof naar binnen. We konden niet meer, we waren gebroken, het was definitief gedaan nu. Er was geen Arthur meer, niet fysiek. We vielen elkaar in de armen, konden amper nog op onze benen staan en huilden bijna hysterisch. Eindelijk lieten we onze ware emoties zien, want die hadden wij heel goed kunnen verstoppen de laatste tijd.

We werden naar buiten begeleid. Achteraan het crematorium ligt een grote vijver, waar je uit kijkt op de velden en er heerst een rustgevende stilte. Het was best koud en er was wat wind, maar daar, op dat moment, voelde ik de kou niet en leek de wind me te omhelzen als een soort deken. De rust die daar heerst bracht kalmte, de tranen droogden en ik leek op te gaan in het uitzicht. Enige tijd later kwam de man ons weer halen. Het was gebeurd. We werden meegenomen naar een kamertje en daar stond hij dan, in een klein houten doosje. We tekenden papieren waarin we bevestigden dat Arthur mee zou gaan naar huis, en voor we het goed en wel beseften stonden we weer buiten. We hielden het doosje zo stevig vast dat onze vingers er pijn van deden, bang om hem te laten vallen.

Onderweg naar de auto voelden we na enkele stappen onze benen weer helemaal zwak worden. Dit was zo oneerlijk, zo onnatuurlijk en vooral zo wreed. Onze zoon zat in een doosje, niet in een maxi-cosi maar in een doosje! Er zou nooit meer gesproken worden door anderen over onze tweeling, maar over Viktor.


Maanden kon ik niet rouwen. Eerst lag Viktor te vechten voor zijn leven, daarna was hij thuis, maar had hij nog allerlei zorgen nodig. Ik ging kapot van binnen. Ik was nu op 1 plaats mama van Arthur* en mama van Viktor. Daarvoor was ik thuis mama van Arthur* en op NICU mama van Viktor. Ik kon het nu niet meer scheiden en dat leidde tot heel veel ingewikkelde emoties, schuldgevoel en het gevoel van overal te kort te komen. En wat we toen nog niet wisten was dat Arthur voor velen enkel maar tot het verleden zou behoren. Dat na enkele weken al ongemakkelijke stiltes zouden vallen als we zijn naam zouden uitspreken en dat hij bekeken zou worden als een 'miskraam'. We zijn nu bijna anderhalf jaar verder en het groepje waar Arthur* wordt bekeken als ons kindje, ons verleden, heden én toekomst, is zeer klein geworden. Toch geven wij niet toe aan de negatieve reacties. Hij is onze zoon en dat zal altijd zo zijn. Wij zien hem graag en ook dat zal altijd zo blijven. Op Arthur* zijn eerste jaardag gingen we terug naar het crematorium. De dagen ervoor had ik weer geworsteld, met mezelf, met emoties en stress en toch deed het deugd om daar weer te staan. De wind was meer dan aanwezig, alleen omhelsde hij me niet alleen, hij fluisterde ook dat ik was, waar ik die dag moest zijn. Ik was, nog meer dan op andere dagen, bij mijn zoontje, nog dichter dan anders. Op een manier die ik niemand toewens, maar eindelijk kan ik echt rouwen.

Ik heb heel veel tijd nodig gehad om het toe te laten, te leren aanvaarden dat ik niet verder kan als ik mezelf niet laat rouwen. Ik heb ondertussen ook hulp aanvaard om me te helpen rouwen en ik schrijf alles van me af. Ik ben mama van een tweeling. Mensen die ons écht kennen en écht om ons geven, zien ons als een gezin van 4.

 

Mijn lieve Arthur werd geboren om een sterretje aan de hemel te zijn, maar hij is ook nog steeds onze zoon en het broertje van Viktor. 

Altijd! 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Betty
3 maanden geleden

💖

Aletta
3 maanden geleden

Wat indrukwekkend om te lezen!
Ik wens jullie heel veel sterkte om dit met elkaar een plekje te geven.
Weet dat er altijd aan jullie wordt gedacht en aan Lara!

Veel liefs en een dikke knuffel 💋

Gineke
3 maanden geleden

Wat een achtbaan hebben jullie mee moeten maken. En zo herkenbaar dat mensen al snel lijken te vinden dat je verder moet gaan en je moet focussen op je andere kindje.

heel veel sterkte,
blijf vooral doen wat goed voelt voor jezelf!