Mama Hiske - Hugo*

Gepubliceerd op 26 augustus 2020 om 17:00

In de zomer van 2015 trouwde ik met de man van mijn dromen. We hadden elkaar 2,5 jaar eerder ontmoet in Afrika. Het werd een fantastische dag. Na onze trouwdag gingen we op huwelijksdag naar Griekenland. We waren al een tijdje gestopt met anticonceptie en een kindje zou heel welkom zijn. Op het einde van onze vakantie voelde ik me anders. We deden een Griekse test. Negatief. Ik suste mezelf met de gedachte dat het ook wel érg snel zou zijn en probeerde er niet teveel aan te denken. Het gevoel bleef. Terug in Nederland deed ik opnieuw een test en deze was tot mijn eigen verbazing wél positief. We konden ons geluk niet op. Ik belande op een roze wolk en samen maakten we plannen voor ons leven samen, met onze baby.

 

Toen ik 16 weken zwanger was, gingen we voor een pretecho. Alles zag er goed uit en we hoorden dat we een jongetje zouden krijgen. Tijdens de 20 weken echo werd dit bevestigd. Een kerngezond jongetje groeide in mijn buik. Ik had een hele fijne zwangerschap. Ik had wel wat kwaaltjes, maar het viel in het niet bij het geluk dat ik voelde. Ik werd moeder! Ik kon niet wachten tot het zover was.

 

Op 8 april 2015 was ik uitgerekend. Er gebeurde niets. Die dag voelde alsof iedereen mijn verjaardag was vergeten. Ik was zo ongeduldig, maar vooral vreselijk nieuwsgierig. Alles stond al weken klaar. De babykamer was af, een kast vol met kleertjes en de box stond al weken te pronken in onze huiskamer. De dagen duurden lang. 6 dagen na mijn uitgerekende datum braken mijn vliezen. Harmen, mijn man, belde zijn werk dat hij niet zou komen. Vandaag zou het gebeuren! De verloskundige kwam. Ik had nog geen centimeter ontsluiting en er was geen wee te bekennen. Ze adviseerde ons om rustig af te wachten en van het mooie weer te genieten. We gingen naar onze favoriete strandtent. We stuurden een foto naar onze families. Onze laatste selfie met z’n tweeën. Het zou nu echt niet lang meer duren.

 

De volgende ochtend was er niets veranderd en werden we doorverwezen naar het ziekenhuis. Ik werd aan de CTG gelegd en alles zag er goed uit. Geen ontsluiting, geen weeën, maar een gezonde baby. De gynaecoloog gaf ons de keus. Blijven en ingeleid worden of nog een dag wachten. Ik had horrorverhalen gehoord over inleiden, dus ik wilde graag nog die extra dag wachten. Ik wilde er alles aan doen om mijn lichaam én deze baby de kans geven om het zelf te doen. We gingen naar huis met een afspraak voor een inleiding de volgende dag. 48 uur gebroken vliezen is het maximum.

Er gebeurde niets. Naarmate de uren vorderden had ik sterk het gevoel dat deze baby niet uit zichzelf zou komen. Ik had gelijk. De volgende ochtend stonden met onze maxi-cosi om half 7 in het ziekenhuis. Zenuwachtig, maar vol vertrouwen. Vandaag zou onze baby dan echt geboren worden.

 

Ik werd ingeleid. Een uurtje daarna kreeg ik rugpijn. Tenminste dat dacht ik. Het bleken weeën te zijn. Ik had geen idee. Ik had me echt wel ingelezen, maar hoe het echt voelt, dat ontdek je pas als je het meemaakt. En ik maakte het mee. En hoe. Urenlang had ik weeën, zonder tussenpozen. Ik kreeg niet eens de kans om tussendoor een slokje water te nemen. Na een uur of 6 kon ik niet meer. Ik kreeg een ruggenprik. Het gaf even verlichting. Ik kon even op adem komen. Maar nog geen uur later kwamen de weeën er dwars doorheen. Het duurde een eeuwigheid. Uren later kreeg ik persdrang, maar ik had nog geen volledige ontsluiting. Het wegzuchten was vreselijk. Uiteindelijk kreeg ik groen licht. Mijn weeën zakten iets weg, maar op mijn laatste krachten deed ik alles om mijn baby geboren te laten worden. Ik heb op handen en voeten gezeten, maar het hielp niets. De vacuümpomp werd erbij gehaald, terwijl tegelijkertijd de OK gereed gemaakt werd. Dit alles werd in overleg met ons gedaan. 

 

De vacuümpomp bleek de klus niet te kunnen klaren. Binnen enkele minuten werd alles in gereedheid gebracht om een keizersnede te doen. Ik werd losgekoppeld van de monitoren. De baby werd losgekoppeld. Er was geen paniek, maar de baby moest er nu wel uit. Ik werd naar de OK gereden. Nu zou het echt niet lang meer duren voordat ik onze baby in mijn armen kon houden. 

 

Ik kreeg een ruggenprik en niet veel later werd mijn buik opengesneden. Onze zoon werd geboren. Maar het was stil, veel te stil. Hij werd meegenomen naar een aparte tafel waar allemaal artsen omheen stonden. Er kwamen er steeds meer bij. Eerst dacht ik nog dat dit erbij hoorde. Maar hoe langer het duurde, hoe zenuwachtiger ik werd. Ik kreeg door dat het niet goed was. Ze waren aan het tellen. Reanimeren. Doodsbang vroeg ik aan de anesthesist die het dichtste bij mijn hoofd stond. ‘Het gaat niet goed hè’. ‘Nee het is niet goed’ beaamde hij. Harmen stond al die tijd bij mijn hoofdeinde. We keken elkaar aan. Zonder de woorden uit te spreken, drong de keiharde werkelijkheid door. Onze prachtige zoon, Hugo, helemaal volmaakt, ademde niet.

 

We wisten dat als hij nu nog ging ademen, we geen gezond kind mee zouden krijgen. Een half uur zuurstoftekort plus de tijd in mijn buik, dat kon niet goed zijn. De kinderarts kwam naar ons toe en vroeg of ze mocht stoppen met de beademing. Wat leek op een vraag, was meer een mededeling. Ze konden niets voor Hugo doen. Ik hoorde mezelf toestemming geven, terwijl alles in mij riep: ‘Ga door! Red mijn baby!’. Maar ik wist ook dat het geen zin had. Hugo was er niet meer.

 

Ze maakten Hugo schoon en voor het eerst kreeg ik hem te zien. Hij was in doeken gewikkeld en ik kreeg hem in mijn armen. Hij was volmaakt, helemaal af. Het was de mooiste baby die ik ooit had gezien. Hij was perfect. Hij ademende alleen niet. Hij leek op ons. Ik keek naar hem. Het gevoel was onbeschrijfelijk. Verdriet, liefde, angst. Hoe gaan we dit overleven?

 

Ik werd teruggereden naar de verloskamer terwijl ik Hugo in mijn armen hield. Ik bedekte hem een beetje. Ik was bang dat mensen zouden kijken. Aan niets was te zien, dat onze baby niet leefde. Gelukkig was het vrij laat en kwamen we weinig mensen tegen. 

We kwamen aan op onze kamer, waar ik een uur eerder vetrokken was met een compleet andere verwachting. Ons leven was ingestort. Onze toekomst was weg. We hadden de loodzware taak om onze ouders te bellen. Ze wisten dat we in het ziekenhuis waren. Ze zaten te wachten op ons telefoontje. Mijn moeder nam dan ook heel snel op. Het enige dat ik kon zeggen was: ‘Hij heeft het niet gehaald.’ Ze waren er in een uur. Ze wonen in Friesland, een ritje waar ze normaal bijna 2 uur over deden.

 

Onze families kwamen naar het ziekenhuis. Iedereen kwam onze kamer binnen. Ik lag in bed met Hugo in mijn armen. Iedereen huilde en was kapot van verdriet. Ik vond het vreselijk om mijn familie en schoonfamilie zó verdrietig te zien.

 

Toen iedereen weg was, werd Hugo gewassen door een verpleegkundige, samen met Harmen. Er werden voet en handafdrukjes gemaakt. Hij werd gewogen. 8 pond. Hugo kreeg de kleertjes aan die we zorgvuldig hadden uitgezocht. Toen ik hem terugkreeg, voelde ik al dat hij koud was geworden. Zijn lipjes en wangetje begonnen al te verkleuren. We mochten naar een andere kamer, aan het einde van gang, waar het iets rustiger was. Harmen kreeg ook een bed en Hugo werd in een wiegje, op een koelplaatje tussen ons in gelegd. Daar lagen we dan. Compleet gedesillusioneerd. Onze droom in duigen gevallen. 

 

Ik moest proberen te slapen. Dat lukte niet. Ik raakte in paniek. De beelden van de bevalling achtervolgden me. Ik hyperventileerde. Het intense verdriet overspoelde me. Wat was er in hemelsnaam mis gegaan? Ik keek naast me en zag mijn dode baby in zijn bedje. Een lieve verpleegster bleef bij me en probeerde met me te praten. Ik kreeg slaaptabletten. Het hielp niets. Ik deed geen oog dicht. Uiteindelijk namen ze Hugo mee, omdat het te confronterend was. 

 

De volgende ochtend kregen we een lijst met uitvaartverzorgers. Lukraak belde Harmen er één. Toen hij vertelde dat zijn zoon was overleden brak hij. En ik ook. Hoe waren we in deze nachtmerrie beland?

We kregen een boek met kistjes. We bladerden er gedachteloos doorheen. Dit kon toch niet waar zijn? We vonden ze allemaal afschuwelijk. Het boek ging snel weer dicht.

 

Ik moest een paar dagen blijven in verband met de keizersnede. Hugo bleef bij ons op de kamer. Sommige mensen vonden het eng om hem te zien. Ik niet. Ik keek dwars door de verkleuringen heen. Dit was mijn baby. Er werd gevraagd of ik gebruik wilde maken van kraamzorg. Ik weigerde vrij stellig. Ik had toch geen baby? Wat moest ik dan met kraamhulp? Ik wilde geen vreemde vrouw in mijn huis. Na enig aandringen van het ziekenhuis stemde ik toch toe. En wat ben ik daar achteraf dankbaar voor.

 

Na drie dagen mocht ik naar huis. Maandenlang had ik gefantaseerd over dit moment. Ik had al meerdere keren jaloers zitten kijken naar vrouwen die in een rolstoel met maxi cosi op schoot naar buiten gereden werden. Dat wilde ik ook. Ik werd ook naar buiten gereden door mijn man. Maar zonder baby. Ik huilde en sloot me af voor de buitenwereld. Het maakte niet uit. Er keek toch niemand jaloers naar mij. Geen vertederende blikken naar mijn baby. 

 

Wij moesten onze baby ophalen bij de achteringang. Bij het mortuarium. Ik kreeg Hugo in mijn armen. De patholoog anatoom die ook de autopsie had verricht een paar dagen eerder overhandigde hem aan me. We zaten achterin de auto van onze uitvaartverzorgster. Ik nam Hugo op schoot. Ik keek de hele rit naar hem. 

 

Bij thuiskomst hoopte ik dat er niemand zou zijn. We woonden in een appartement op de tweede verdieping. Harmen tilde Hugo naar boven. Terwijl ik op de bank zat met Hugo in mijn armen, maakte Harmen samen met de uitvaartverzorgster Hugo’s bedje in orde. Hij kwam in zijn eigen kamertje in zijn eigen wiegje te liggen. Er moest alleen een koelplaatje onder. Het was fijn om thuis te zijn. Om als gezin thuis te komen, ook al was zo anders dan ik me had voorgesteld.

 

Toen Hugo in zijn bedje lag, ging ik ook naar bed. Mijn ouders waren inmiddels gekomen en ruimden een deel van de babyspullen in onze huiskamer op. Ik kon de confrontatie niet aan. De box die daar stond te pronken, ik wilde hem niet zien. Hugo’s kamertje lieten we in tact. De blauwe muisjes belanden ongeopend in de prullenbak. 

 

Er volgde een kraamweek die zo ontzettend anders was dan ik had verwacht. Het was intens verdrietig. Maar het was ook de meest dierbare week van mijn leven. Een week waarin we herinneringen voor het leven maakten. Een week vol liefde en verdriet. Een week die ons leven voorgoed veranderde in een leven vóór, en een leven na.

 

Inmiddels zijn we ruim 5 jaar verder en denk ik met liefde en trots aan Hugo terug. Het verdriet overheerst niet meer en ik kan oprecht zeggen dat ik weer gelukkig ben. Een aantal jaren geleden ben ik me professioneel gaan verdiepen in rouw en verlies, met als specialisatie babyverlies en help ik vrouwen die een kindje zijn verloren tijdens de zwangerschap of rondom de bevalling. In mijn programma’s draait het niet om het verlies een plekje te geven, maar om het betekenis te geven in je leven.

 

Daarnaast heb ik een eigen magazine uitgebracht speciaal voor ouders van een overleden kindje, Hugo Magazine.

 

Meer weten? Volg mij op Instagram @hiskekuilmancoaching of kijk op mijn website www.hiskekuilman.nl


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.